Introductie als musicus/componist

De vroegste confrontatie met de muziek is voor de jonge Dick een oude Duitse kruissnarige piano van zijn ouders. Hij zit daar vaak op te "pielen".  ( Dit wordt jarenlang bij hem thuis zo genoemd als je niet keurig van bladmuziek speelt.)
Oom Siem Landsman, een oudere broer van zijn vader - internationale bekend door zijn Andante religioso - een muziekstukje in protestantse kringen in Amerika en Canada tot op vandaag veel gevraagd - brengt Dick de beginselen van het harmoniseren bij.
De familie verhuist naar Wassenaar in 1932 en Dick krijgt daar zijn eerste pianoles van een zekere Jacques Smittenaar. Dick wil naar het conservatorium en gaat in 1937 naar het voorbereidend onderwijs van het conservatorium te Den Haag, in 1939 naar het hoofdonderwijs aldaar met Hugo van Dalen als pianoleraar.

Dick wil geen beroepspianist worden en braaf van blad studeren. Hij wil  improviseren, er is altijd muziek in zijn hoofd. Hij loopt prompt een zware onvoldoende voor zijn pianospel op. Improviseren is in die tijd taboe, les er in krijgen onmogelijk. Prompt volgt  het advies zoonlief van het conservatorium te halen.

De tweede keus van Dick is in oktober 1940 de Koninklijke Kunstacademie te Den Haag. Een totaal ander publiek zonder mooie boordjes en stropdassen maar truien.
De eerste liefde voor de piano blijft.
In zijn vrije tijd begint hij met grote hartstocht te werken aan vingertechnieken, toonladders, akkoorden kort en lang gebroken, octaafspel en repeteertechniek. Hij begint zichzelf te bekwamen in compositieleer.
Met het voordrachtsstuk wordt begonnen: de driedelige liedvorm, rondovorm, variatievorm. Daarna de sonatine, de sonate en tenslotte de symfonievorm.

Dick raakt steeds bedrevener in het improviseren en aangezien hij altijd met muziek in zijn hoofd zit, begint hij de composities uit zijn mouw te schudden. Zo is er in de loop van 40 jaar, vanaf juni 1965 tot de maand waarin hij in 2006 overlijdt een gigantische hoeveelheid composities tot stand gekomen.
Al deze in de vorm geïmproviseerde composities zijn direct op de piano gespeeld en vastgelegd op band of op disc.

Wat hebben deze tapes en discs ons te bieden?
Een menigte aan suites, meestal vierdelig, divertimenti, kortere composities, intermezzi, scherzo's, een ballade, een leuke klokkenprelude. Het “zwaardere"  werk wordt gevormd door de pianosonates, de symfonische gedichten ( gedacht voor orkest ) en een zevental symfonieën. Een paar tweedelige suites, orkestraal gedacht.
In 1999 is Dick Landsman begonnen, opnames op mini-discs te maken. Er verschijnen de nodige suites, een divertimento voor de jacht, een symfonisch gedicht "Altijd is Kortjakje ziek" en een toccata in C, een nieuwe versie van zijn eerste symfonie in drie delen, een sonate in f-mineur en de symfonie nummer 8 in Es.

Landsman zelf aan het woord: "Men kan mij verwijten, dat van al die composities niets in
notenschrift op bladpapier staat. Was dit wel gebeurd, dan zou daarvan slechts een vijfhonderste deel op blad zijn terechtgekomen. Ik ben veel te traag al die noten op papier te zetten. Er is wel een kinderalbum met pianostukjes op papier, in mijn jonge jaren gemaakt met als titel "Aan de kinderen van het duizendjarig rijk " en opgedragen aan mijn echtgenote Myra.
Ik ben dus een ontwerper en geen uitvoerder van mijn werk. Er zijn gelukkig voldoende vakcomponisten, die dat uitstekend in noten kunnen omzetten.
De composities rollen er bij mij in grote getale uit, zodra ik achter de piano zit.”

Januari 2005